Blog2Blog Maak je eigen Blog2Blog | Gratis je eigen blog c.q weblog op internet
Laurasque
Laurasque

De naam van de vader

Posted in Geen categorie
Omdat ik laatst weer eens mijn rijbewijs moest vernieuwen, kwam ik weer te weten hoe Nederland er emancipatorisch écht voor staat. Bij ontvangst zag ik dat er achter mijn naam toegevoegd stond dat ik de echtgenote was van mijn man. Waarom dacht ik toen, is dat belangrijk om te weten op een rijbewijs, of op welk bewijs van persoonlijk kunnen dan ook. Mijn man, die in dezelfde tijd een rijbewijs vernieuwde kreeg geen toevoeging, dat hij mijn echtgenoot was. Die kan kennelijk geheel zelfstandig op een rijbewijs staan, terwijl de vrouw zonder echtelijke toevoeging, niet identificeerbaar is. Of gewoon heel slordig een loslopende vrouw, zonder duidelijk kader. We geven nogal eens af als Nederlander op andere culturen waarin vrouwen minder ruimte krijgen, maar deze vanzelfsprekende handeling - no questions asked - is toch op zijn minst opmerkelijk. Deze gebeurtenis bracht mij op de overpeinzing rond de naamgeving. Alle vrouwen, ook als ze wellicht met hun zogenaamde 'meisjesnaam' door het leven gaan, dragen allemaal de naam van de vader. Ofwel hun eigen vader, danwel die van hun moeders vader. Niemand heet bijvoorbeeld Hannahsdochter, Annaskind, of Van der Astrid. Sinds de Napoleontische tijd zijn namen ook alleen maar aan het uitsterven en komen er geen nieuwe meer bij - althans niet dat ik kan bedenken hoe, behoudens de incidentele gekochte naam. In een tijd van emancipatie en sociaal-maatschappelijke innovatie zou het wellicht goed zijn als er weer eens wat verse nieuwe namen bij kwamen. Geheel nieuwe gezinsvormen zouden misschien een nieuwe naam kunnen kiezen, of als je echt heel erg gebrouilleerd bent met je familie en er niet meer bij wilt horen. En waarom niet, een achternaam naar je moeder.

09:50 - 29/4/2011 - comments {0} - post comment


De dood of de gladiolen: Big Bang

Posted in Geen categorie

Rondom de verkiezingen en formatie is het altijd spannend om te zien wie er gaat winnen, wie er wat van wie vindt en welke partijen een coalitie zouden kunnen vormen. Het levert een dagelijkse stroom van intriges, mogelijkheden, problemen en beuzelarijtjes op, die door de journalistiek dankbaar worden opgeblazen tot voorpaginaformaat. Als een soort opera buffa in de pauze van het serieuze werk; vermakelijk en wellicht ook knap en kunstig, maar in de regel volledig beside the point. De aandacht die deze pauze-acts voor zichzelf opeisen zijn er niet zelden de oorzaak van dat de hoofdpunten buiten het nieuws blijven, dat het échte doel uit het oog verloren wordt en dat de hoofdrolspelers al bekvechtend en over elkaar heen buitelend van het podium afrollen en op de meest onhandige plaats in een onmogelijke houding in de coulissen tot stilstand komen. Gevolg: show gestaakt, algehele stilstand, publiek in verwarring en ontgoocheld naar huis.

We zijn in Nederland de laatste decennia al zo vaak op zo’n staaltje slap-stick vergast, dat we zelfs al niet eens meer de moeite nemen het geld van ons kaartje terug te vragen. “Dat is nu eenmaal de aard van politiek”, zullen cynici zeggen. Noem met naïef, maar volgens mij is politiek meer dan dat, of zou het dat op zijn minst weer moeten proberen te zijn. Veel meer dan over ideologieën zou politiek over ideeën moeten gaan, ideeën over waar we heen zouden kunnen met zijn allen. Hoe we de toekomst voor ons zien. Welke rol we willen en kunnen spelen. Welke spelregels daarbij horen. Waar willen we als Nederland staan over zeg 10 à 15 jaar?

 

Om een aftrap te doen zal ik u een beeld schetsen van de zorg in 2025 onder de naam Big Bang. Big Bang is mijn inrichtingsmodel voor de gezondheidszorg dat ik ruim 10 jaar geleden voor mijn afstuderen maakte en waarmee ik in 2007 de eerste prijs van het toenmalige Bouwcollege won (nu opgegaan in TNO).

Waarom Big Bang zult u zeggen, wat gaat er knallen dan? Wel, het geruis zal afkomstig zijn van de grote zorginstellingen (zowel ziekenhuizen als verpleeginstellingen) die in de komende jaren gaan exploderen, omdat ze te gronde zullen gaan aan hun eigen complexiteit, onwendbaarheid, inflexibiliteit en niet in de laatste plaats vanwege het feit dat ze allemaal gebaseerd zijn op boterzachte businesscases, die slechts dankzij het welhaast onuitputtelijke infuus van de Nederlandse premie- en belastingbetaler kunstmatig in leven worden gehouden.

In plaats van de grote instellingen zal een veelheid aan kleine klinieken en kliniekjes verschijnen, gedreven door specialisten en gespecialiseerden die zich uit hun traditionele monodisciplinaire maatschappen en afdelingen hebben losgemaakt en die zich in nieuwe multidisciplinaire teams hebben gehergroepeerd. Zij komen erachter dat ze zo veel gerichter meerwaarde kunnen leveren voor specifieke doelgroepen van patiënten. Het werken in deze kleinschalige en zelfstandige klinieken herstelt de arbeidsvreugde en de autonomie van de zorgprofessional in volle glans. De kleine klinieken zullen op een veel geraffineerdere en vooral snellere manier in kunnen spelen op veranderingen in klantvraag of behoefte, of technologische ontwikkelingen. Vanwege hun kleinschaligheid zullen de klinieken en kliniekjes zich echt op hun core-business richten en voor alle diensten en producten die buiten hun scope vallen de samenwerking zoeken met complementaire bedrijfjes en partijen. Zo zullen horeca-ondernemingen, hotelketens en – waarom niet – woningbouwcorporaties - een variëteit aan arrangementen-met-zorg gaan bieden uiteenlopend van korte termijnverblijven, lange termijn woonvormen met alle mogelijke opties voor lichte tot uitgebreidere vormen van ondersteuning en inwonende familieleden, bezoekende vrienden en kennissen. 

Allemaal goed en wel, maar hoe weet je nu als klant/patiënt waar je moet zijn? Ten eerste is er een nieuwe organisatie aan de toegang van het systeem; de Dokterplus®. In deze organisatie zijn de traditionele huisarts samen met de oude poortspecialismen en diagnostiek verenigd, om iedereen die iets onder de leden denkt te hebben te onderzoeken en indien nodig naar de juiste kliniek of andere zorgverlener door te verwijzen. Ten tweede zal er ter informatie van de klant/patiënt een soort VVV-van de zorg worden opgezet, een gezondheidsinformatiecentrum dat deels virtueel deels met vestigingen op goedgekozen locaties ‘zorgreisjes’ kan adviseren en plannen voor hen die dat zelf niet willen of kunnen of zich niet alleen in cyberspace willen bewegen.

U zult waarschijnlijk denken, onderhoudende gedachtegang, maar hoe reëel is nou die Big Bang? De knal kan wellicht uitblijven, omdat in ons land maar weinig dingen écht met hard geluid gepaard gaan, maar de scheuren in het systeem zijn zichtbaar en de contouren van Big Bang tekenen zich af. De financiële crisis en de kapitaalslasten-problematiek in ziekenhuizen, zullen laten zien dat het vastgoed van de huidige ziekenhuizen te duur is en dat de begrotingen van de ziekenhuizen niet meer sluitend te maken zijn. De overgangssituatie waarin het zorgstelsel zich nu bevindt tussen de staatsplanning met vastgestelde prijzen en vrije marktontwikkeling en bijgehorende vrijere prijsstelling, hebben in de afgelopen jaren laten zien dat ook binnen het oude socialistische systeem er door alle partijen behoorlijk kapitalistisch is gehandeld. Dus moet er nu op een andere manier worden gezocht naar bezuinigingen. De poging van de minister om de salarissen van de specialisten te beteugelen zullen zorgen voor weerstand (stakingen zijn al in voorbereiding). Deze weerstand kan naar mijn mening in twee modellen eindigen: ofwel de specialisten gaan staken om loon, gedragen zich daarmee als medewerkers en verliezen daarmee hun fiscale status als zelfstandige, ófwel de specialisten krijgen vrijheid in het bepalen van hun prijs, maar worden dan ook helemaal zelfstandig, wat betekent dat zij contracten aan zullen moeten gaan met ziekenhuizen, waaronder huurpenningen voor het gebruik van alle faciliteiten voor de uitvoering van hun praktijk. Wellicht dat het een keuzemogelijkheid kan worden die per specialist anders kan worden gemaakt, maar specialisten die gevraagd worden huur te gaan betalen aan de ziekenhuizen, zullen massaal het ziekenhuis verlaten, omdat de vierkantemeterprijzen niet marktcomform zijn en dus niet op te brengen (een gemiddeld ziekenhuis hanteert huurprijzen die op de Zuid-as niet zouden misstaan). Een goedkoper onderkomen is in de huidige markt immers makkelijk gevonden.

 

Naast deze systeem-eigen triggers voor Big Bang is er nog een veel belangrijkere; de Nederlander en zijn/haar toenemende gevoel van onbehagen in het huidige zorgsysteem. Ongeacht de omvang van de portemonnee zal iedere Nederlander een gevoel van ‘waar voor je geld’ willen hebben als het gaat om kosten en baten in de zorg. Voorlopig is het zo dat de premiedruk ieder jaar toeneemt, terwijl het verzekerde pakket met het jaar slinkt. Als je om je premie bij elkaar te sparen een baan hebt genomen, kun je eigenlijk niet met goed fatsoen buiten je werktijden bij de zorg terecht. Wil je een andere huisarts, moet je eigenlijk eerst naar een andere stad verhuizen, want “we nemen geen patiënten van elkaar over”. De Nederlandse patiënt heeft dus eigenlijk niets te kiezen, behalve één keer in het jaar de zorgverzekeraar. En die keuze wordt met het jaar verrassender…

 

Illustratief voor de keuzevrijheid van de Nederlander in de zorg is deze vakantie-advertentie van een huisart. We hebben nog een lange weg te gaan…

Wat u waarschijnlijk ook niet weet is dat – ondanks dat u de laatste jaren helemaal niet bij de huisarts langs bent geweest - de goede man of vrouw wel aan u verdient door het abonnement dat door uw zorgverzekeraar wordt betaalt. Het verklaart een beetje de houding dat als u die ene keer belt voor het een of ander, de assistent zal proberen u niet te laten komen. Het is namelijk lucratiever om u niet te zien. Tweederde van het jaarinkomen van de arts wordt verdiend zonder dat er een patiënt wordt gezien. ’t Is maar dat u het weet.

 

Het schokkende van de huidige situatie is dat er onder de vlak van socialisme een ongekende geo-politiek schuilgaat, die wordt uitgevochten over de rug van de individuele burger. De eerste vraag die ik kreeg van een ziekenhuisdirecteur na het uitreiken van de prijs was ”maar waar ben ik dan straks de baas van?” Ik denk dat die vraag onbedoeld midden in de kern van het probleem van de gezondheidszorg ligt. Iedere keer dat er een ziekenhuis op omvallen staat (en het is een godswonder dat we er nog niet collectief onder verbrijzeld zijn) wordt de burger gemobiliseerd om zorg en beven te uiten over het grote verlies van zo’n geweldig instituut. En hoe het dan moet met oma die dan nergens meer heen kan. Kortom; de troef van de angst en de onzekerheid wordt gespeeld, met eigenlijk telkens tot gevolg dat er ergens weer geld vandaan wordt getoverd (lees: burger, belasting, premie) en we verder gaan met de orde van de dag. Positie gered. Maar als je hier nou eens vanuit zekerheden naar kijkt, dan zie je ten eerste de oma. Oma’s hebben de zekerheid dat ze niet alleen kinderen hebben, maar ook kleinkinderen. Tien tegen één wonen die ergens en gaan die wel eens ergens heen. Veel daarvan gebruiken daarvoor een auto. Die oma die komt er dus wel. Dan zult u argumenteren, ja, maar dan moet de mantelzorg dus mee. De grap daar weer van is dat die mantelzorg altíjd meegaat. Oma’s gaan namelijk zelden ergens alleen naartoe. De tweede zekerheid is het ziekenhuis zelf. De zekerheid van een ziekenhuis is dat deze 365 dagen per jaar kosten maakt. Terwijl de bedrijfszekerheid die zij de omwonenden biedt vele malen kleiner is. Immers als de arts er niet is, is het ziekenhuis er eigenlijk niet. Als een bepaalde behandeling nodig is, maar de middelen er niet zijn, is het ziekenhuis er eigenlijk niet. Als er wel een IC is, maar te weinig mensen om deze te bezetten, is het ziekenhuis er eigenlijk niet. Als er een wachtlijst is, is het ziekenhuis er pas over een half jaar. We zijn er met z’n allen natuurlijk niet om de schijn van zekerheid tegen belachelijke kosten hoog te houden, ter meerdere eer en glorie van degenen die daar dan weer de baas van zijn.

Door met gratuite uitspraken te komen als; “de breedste schouders moeten de zwaarste lasten dragen”, “als we marktwerking toelaten, wordt het helemaal onbetaalbaar” lijkt het alsof socialistische partijen het beste voor hebben met de hulpeloze medemens. Wat ze in effect doen is het bewaken van de status quo en het afremmen en ontmoedigen van iedere vernieuwing die uitgaat van de kracht en zeggenschap van het individu. Zowel die van de zorgvrager als die van de zorgprofessional. Nederlanders zijn niet helemaal niet hulpeloos. Maar als je ze zo beschouwt en blijft beschouwen en je van angst en onzekerheid als argumenten blijft bedienen, weet je zeker dat je de komende decennia maximale kosten zult maken aan het soort zorg waar de Nederlander niet op zit te wachten, daarbij een minimum aan vernieuwing zult doormaken en een plaats in de buurt van de top 10 van de wereld gevoeglijk op je buik kunt schrijven. Natuurlijk weet niemand precies wat er om de hoek van de volledige marktwerking ligt, maar op zijn minst zijn daar keuzevrijheid en ‘waar voor je geld’ te vinden. Gelegd naast de zekerheid dat we linksom of rechtsom toch moeten betalen, kunnen we denk ik wel een gokje wagen. En als het niet zachtjes kan, dan maar met een grote knal.

11:19 - 7/7/2010 - comments {0} - post comment


Socialisme als machtsmiddel

Posted in Geen categorie

Socialisme nu, is niet meer is dan een machtsmiddel, dat net als elk geloof - tenzij voor privégebruik - met de grootste argwaan bezien moet worden. Het huidige Nederlandse socialisme begint zich steeds meer los te zingen van de realiteit. Het is wat mij betreft tijd voor een integrale herbezinning op het politieke spectrum in termen van rechts en links. Het zijn geleende kreten uit een andere tijd, een andere setting, een andere sociale context en hun uitleentermijn is inmiddels onherstelbaar overschreden. Het is het verhaal van schuld en boete geworden, met ditmaal niet als basis de erfzonde, maar de schuld van het talent en de mogelijkheden van het individu. En precies daarom afgegleden tot een onwerkbare grootheid. De indiviualisering van onze samenleving heeft altijd gevaren in zich gehad voor kerk en staat, waar het ging om het kunnen beheersen van de menigte. Door individuen terug te werpen in de vijver van hun grootste gemene deler, worden er massa's gecreëerd. En het beheersen van de massa's creëert macht. Een willekeurige verzameling zelfbewuste individuen laten zich immers net zo makkelijk coördineren als los zand tussen gespreide vingers.

Het socialisme van nu is een stroming die zich op basis van oude veronderstellingen en achterhaalde oude status quo van macht probeert te blijven voorzien. Vanuit de vooronderstelling dat "het kapitaal" nog steeds de uitbuiter is van "de arbeid". Deze vooronderstelling en kreten als "pik het van de rijken" en de niet-aflatende pleidooien voor het nog zwaarder belasten van de draagkrachtige schouders bij het zoeken van een weg uit de huidige crisis, gaan compleet voorbij aan de realiteit. Het is retoriek, die mensen terugdrijft naar hun positie aan deze of de andere zijde van de denkbeeldige lijn tussen links en rechts. Een idee-fixe die het autonome denkvermogen van mensen blokkeert en verleidt tot het plaatsen van de huidige situatie in een achterhaald en romantisch historiserend perspectief. Kortom, niet echt en niet van deze tijd.

De tijd van nu bestaat uit goed gepamperde arbeidsvoorwaarden, het reeële - maar angstvallig onbesproken gelaten - gevaar van de bore-out. Stress en depressie vanwege een algeheel gevoel van nutteloosheid. Een complete blokkade van innovatie als gevolg van het ontbreken van de aanwezigheid of zelfs maar de noodzaak tot ondernemen. 

 

Socialisme is niet meer dan een salonfähige houding in gegoede kringen, als overblijfsel van een door sommigen nog vaaglijk meebeleefde flower-power-periode en een vergankelijk ideaalbeeld van mensen die het fortuin nog niet gevonden hebben. Iedereen die geen geld heeft (tijdelijk of chronisch) kan zich vinden in een stroming die zich inzet voor het organiseren van middelen voor de onbemiddelden. Maar zodra iemand in zijn leven de shift maakt van onbemiddeld naar enigszins bemiddeld, laat die in de regel dit ideaal van de ene op de andere dag met hetzelfde gemak weer varen. Dan ineens komen de vragen op als; welk recht heeft een ander eigenlijk op het geld dat ik met veel geploeter bij elkaar heb verdiend?

Peter Sloterdijk wees in dit kader al de algeheel geaccepteerde 'staatskleptomanie', en noemde het een wonder dat daar niet al eens massaal tegen gestaakt werd. Hij verwees hierbij naar de Victoriaans tijd waarin de vorstin zich zorgen maakte over het belastingniveau van 5% en wat haar het recht gaf dat van de mensen te vragen.

 

Mijn punt is niet dat belasting betalen en sociaal zijn (ook in financiële zin) slechte zaken zijn, maar dat we niet in staat lijken met de ogen van nu naar de zaken te kijken. We kijken nog steeds over de volle linie met de ogen van onze grootouders. Geleende ogen uit een verleden. Met als enige doel een machtspositie te blijven claimen, die zich bij gebrek aan werkelijkheid stijfkoppig blijft bedienen van waanbeelden en retorica.

19:32 - 1/7/2010 - comments {0} - post comment


Met de moed der wanhoop

Posted in Geen categorie

Gisteren was ik bij een voorstelling van de School voor Dans in de Arnhemse Schouwburg. Alle leerlingen van de dansschool – waaronder mijn nichtje - kwamen in verschillende groepen, choreografieën, kostuums, decors, klank- en lichteffecten voorbij. Prachtig en inspirerend. En toch…Toen de oudste groep met grijze hoofden haar dans uitvoerde, bekroop mij een gevoel van beklemming. Gehuld in zwarte wijde broeken en T-shirts maakten deze vrouwen langzame en zoekende bewegingen, met voorzichtige voeten het podium aftastend. Onzekere blikken in hun ogen, die daadkracht en nonchalance acteerden. Een echte choreografie was niet zichtbaar afgesproken, meer een vormtaal van bewegen en een globaal podiumgebruik, zo leek het. Na verloop van een aantal minuten bleek het een dans van generaties te zijn; een groep jonge frisse meisjes, met kleurige slanke jurken en duidelijke balletbewegingen kwam het podium aanvullen. Het contrast kon haast niet groter.

En toch was het niet het contrast dat me opviel, alswel het perspectief dat hier werd geschetst. Welk voorbeeld werd hier door de vrouwen gegeven aan de jonge meisjes? Ondanks de geruststellende blikken die zij uitdeelden aan de meisjes, leken zij – zelf duidelijk niet op hun gemak - te communiceren: “Ja, meisje, de onzekerheid die je nu voelt, wen er maar aan, die blijft voor de rest van je leven.” En niet alleen op het podium, dacht ik toen.

Geen van de vrouwen danste uit passie, vanuit een eigen vanzelfsprekendheid, intrinsieke power. Zichtbaar bewust van het publiek en het ongemakkelijke zelf, kwam vrijwel geen van de – ongetwijfeld goed ingestudeerde en voor de eigen spiegel geroutineerd uitgevoerde – bewegingen echt lekker uit de verf.

En in plaats van vrijheid, expressie en levensvreugd uit te stralen – ongetwijfeld de reden waarom dansen zoveel aantrekkingskracht heeft op vooral meisjes en vrouwen – legde de dans een algeheel onbehagen en geremdheid bloot. Dansen met de moed der wanhoop. We zijn er nog niet met onze samenleving, moest ik constateren. Er wordt kennelijk nog steeds niet genoeg ruimte gevoeld door vrouwen om zich écht vrij te kunnen bewegen.

12:51 - 20/6/2010 - comments {0} - post comment


Description

Home
User Profile
Archives
Friends
Recent Entries
- De naam van de vader
- De dood of de gladiolen: Big Bang
- Socialisme als machtsmiddel
- Met de moed der wanhoop